Urenadministratie
Wanneer u in aanmerking wilt komen voor de zelfstandigenaftrek, moet u minimaal 1.225 uren in uw onderneming hebben gewerkt. De uren die u als gevolg van ziekte niet hebt kunnen werken, tellen hierbij niet mee.
Een ondeugdelijke urenstaat kan ertoe leiden dat de inspecteur u de zelfstandigenaftrek en andere ondernemersfaciliteiten weigert. Leg de gewerkte uren daarom nauwkeurig vast. Bovendien moet van uw totale werkzaamheden meer dan 50% aan uw onderneming zijn besteed. Deze eis geldt niet als u in de laatste vijf jaar één of meer jaren geen ondernemer was.
De urenadministratie is ook van belang voor de meewerkaftrek en de startersaftrek (bij arbeidsongeschiktheid).
Investeringsaftrek
Als u in 2025 een bedrag tussen € 2.901 en € 392.230 investeert in bedrijfsmiddelen, kunt u in aanmerking komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Uitgesloten zijn onder meer: grond, personenauto’s, quota, bedrijfsmiddelen minder dan € 450 en bedrijfsmiddelen die voor meer dan 70% worden verhuurd aan derden. De hoogte van de aftrek is afhankelijk van de totale investeringen.
Tabel: hoogte investeringsaftrek 2025
Investeringsbedrag Aftrek
Meer dan Niet meer dan
– € 2.900 Nihil
€ 2.900 € 70.602 28%
€ 70.602 € 130.744 € 19.769
€ 130.744 € 392.230 € 19.769, minus 7,56% van het
bedrag boven € 130.744
€ 392.230 Nihil
Voor de hoogte van de investeringsaftrek is het jaar van aangaan van de investeringsverplichtingen bepalend. Daadwerkelijke aftrek in het jaar van investeren kan alleen als het bedrijfsmiddel in gebruik genomen of betaald is.
Het recht op investeringsaftrek vervalt indien:
- binnen 12 maanden na het aangaan van de verplichting minder dan 25% van het investeringsbedrag is betaald, tenzij het bedrijfsmiddel in deze periode in gebruik is genomen;
- het bedrijfsmiddel niet in gebruik is genomen binnen drie jaar na het begin van het kalenderjaar waarin de investering is gedaan.
Een goede planning van investeringen kan leiden tot een hogere investeringsaftrek. Zet daarom de verrichte en de geplande investeringen op een rij om een optimale planning te maken.
Let op de desinvesteringsbijtelling
Als u een bedrijfsmiddel, waarvoor u investeringsaftrek heeft ontvangen, binnen vijf jaar na aanvang van het investeringsjaar verkoopt, kunt u te maken krijgen met een desinvesteringsbijtelling. Dit is ook het geval als het bedrijfsmiddel wordt overgebracht naar privé of als de investering door ander gebruik het karakter krijgt van een uitgesloten investering. De bijtelling bedraagt het feitelijk genoten percentage investeringsaftrek over de overdrachtsprijs. Deze bijtelling kan nooit hoger zijn dan de genoten investeringsaftrek.
Laat uw herinvesteringsreserve niet verlopen
Hebt u een herinvesteringsreserve gevormd, doordat u de afgelopen drie jaren een bedrijfsmiddel voor meer dan de boekwaarde hebt verkocht? Zorg er dan voor dat u deze benut voor nieuwe investeringen. Doet u dit niet binnen drie jaar, dan komt de reserve vrij ten gunste van het bedrijfsresultaat en moet hierover alsnog belasting worden betaald.
Middelingsregeling inkomstenbelasting
De middelingsregeling is een interessante regeling bij sterk wisselende inkomens, wat in de landbouw veel voorkomt. De regeling houdt in dat het gemiddelde inkomen over drie opeenvolgende kalenderjaren wordt berekend en vervolgens de verschuldigde belasting opnieuw wordt berekend. Als het verschil met de oorspronkelijke heffing hoger is dan € 545, krijgt de belastingplichtige geld terug van de Belastingdienst.
Omdat er weinig gebruik werd gemaakt van de regeling, is deze afgeschaft. Het jaar 2024 is het laatste jaar dat in een middeling kan worden betrokken. Een verzoek hiertoe moet worden ingediend binnen 36 maanden nadat alle aanslagen, voorheffingen of beschikking om geen aanslag op te leggen van de drie middelingsjaren vaststaan.
Terugvragen btw oninbare vorderingen
Als er een factuur wordt gestuurd aan klanten, moet de btw direct aangegeven en betaald worden. De btw kan teruggevraagd worden zodra het zeker is dat de vordering geheel of gedeeltelijk oninbaar is. De vordering wordt in ieder geval als oninbaar aangemerkt, als er een jaar na de afgesproken uiterste betaaldatum verstreken is. Als er geen betalingstermijn is vastgelegd, geldt de wettelijke betalingstermijn van 30 dagen.
De btw moet in het juiste tijdvak worden teruggevraagd, anders kan de teruggaaf worden geweigerd door de Belastingdienst.
Schenkingen
Ouders mogen in 2025 € 6.713 belastingvrij schenken aan hun kinderen of pleegkinderen. Er mag eenmalig aan kinderen tussen de 18 en 40 jaar maximaal € 32.195 (jaar 2025) belastingvrij worden geschonken. Deze vrijstelling kan onder voorwaarden verhoogd worden naar € 67.064 als het kind het geld gebruikt voor een dure studie.
Voor overige verkrijgers (bijvoorbeeld grootouders aan kleinkinderen) is in 2025 maximaal € 2.690 vrijgesteld
Als dit jaar meer geschonken wordt dan het vrijgestelde bedrag of als er van de verhoogde vrijstelling gebruik wordt gemaakt, moet vóór 1 maart 2026 een schenkingsaangifte worden ingediend bij de Belastingdienst.
Herwaarderen landbouwgrond
Er wordt al jaren gesproken over de afschaffing van de landbouwvrijstelling. Volgens recent onderzoek zou deze regeling noch doelmatig, noch doeltreffend zijn. Momenteel wordt gedacht aan afschaffing per 1 januari 2029, met een overgangsregeling. Omdat in deze regeling waarschijnlijk wordt gewerkt met normatieve gegevens, biedt zij geen of onvoldoende soelaas voor specifieke situaties. Het is daarom zinvol te bekijken of tussentijdse herwaardering van de grond mogelijk is.
Lees hier de hele nieuwsbrief: