Eindejaars- en nieuwjaarstips

Het jaar loopt ten einde en daarmee breekt voor agrarische ondernemers een periode aan van terugblikken, afronden én vooruitkijken. Zowel binnen het GLB als in de mestwetgeving staan er belangrijke wijzigingen op stapel die impact hebben op de bedrijfsvoering in 2025 en verder. Veel regels worden aangescherpt, waarderingen aangepast en administratieve verplichtingen uitgebreid. Ook rondom eco-activiteiten, rustgewassen en mestverwerking zijn er nieuwe aandachtspunten om rekening mee te houden.

Daarnaast vraagt het einde van het jaar om een zorgvuldige afronding van de bedrijfsadministratie en voorbereiding op nieuwe verplichtingen voor 2026. Of het nu gaat om het vastleggen van mestvoorraden, het controleren van gebruiksnormen of het actualiseren van de bemestingsplannen: goed inzicht en tijdige actie voorkomen problemen achteraf.

In dit artikel zetten wij de belangrijkste eindejaars- en nieuwjaarstips overzichtelijk op een rij, zodat u goed voorbereid het nieuwe jaar ingaat.

Eindejaars- en nieuwjaarstips GLB

Aandachtspunten GLB
Denk aan de gewasrotatie-eis, zie nieuwsbrief juli 2025;

  • Blijvend grasland op veengrond mag niet worden geploegd, behalve in geval van graslandvernieuwing.
  • Vanaf 2025 geldt dat als het verschil tussen het subsidiabele areaal en het opgegeven areaal niet meer dan 0,1 ha bedraagt, deze aan elkaar gelijkgesteld worden;
  • De waarde van de eco-activiteit stikstofbindende gewassen wordt fors verlaagd van € 1.995 naar € 415 per ha in regio 1 en van € 2.308 naar € 585 in regio 2. Hiermee wordt het veel lastiger om het uitbetalingsniveau ‘goud’ te behalen;
  • Om in 2026 de eco-activiteit rustgewas te kunnen toepassen op een perceel, moet er in 2023, 2024 of 2025 een rustgewas op dit perceel geteeld zijn;
  • Bij de eco-activiteit ‘rustgewas’ mogen uitsluitend rustgewassen uit de ‘gewassenlijst ecoregeling’ worden geteeld. Let op: bij de verplichting tot de teelt van rustgewassen in het kader van het mestbeleid is een mengsel met hoofdzakelijk rustgewassen, mimimaal 2/3, toegestaan;
  • Als u in 2025 een vanggewas hebt gezaaid, kunt u dit als eco-activiteit Groenbedekking toepassen in 2026, als het vanggewas tot 1 maart 2026 blijft staan en mechanisch wordt ondergewerkt;
  • Bufferstroken mogen in 2026 waarschijnlijk opnieuw worden beteeld met het hoofdgewas. Let op: dit geldt niet voor de teeltvrije zone;
  • Wijzigingen in de percelen, gewassen en eco-activiteiten moeten direct worden doorgegeven op straffe van een sanctie;
  • Een pas aangeplante heg, haag of struweel komt ook in aanmerking voor de eco-regeling. De plantdichtheid bij aanplant moet zodanig zijn dat binnen drie jaar na die aanplant een aaneengesloten opgaande begroeiing aanwezig is;
  • De gewassenlijsten, waarop de toegestane gewassen voor een aantal eco-activiteiten staan, zijn aangepast.

Eindejaars- en nieuwjaarstips mest­wetgeving

Afronden administratie
Begin 2026 moet de mestboekhouding over het jaar 2025 afgerond zijn. Er moet een aantal zaken worden vastgelegd en verschillende berekeningen worden gemaakt.

Vastlegging gegevens
De volgende gegevens moeten per 31 december 2025 worden vastgelegd:

  • voorraden voer bij staldieren en (bij deelname aan BEX) bij melkvee;
  • aantal en gewicht van de staldieren;
  • voorraad meststoffen per opslag, inclusief onderbouwing (lengte, breedte, hoogte);
  • hoeveelheid geproduceerde koemelk (afgeleverd, verzuiveld, melk voor kalveren, ‘antibioticamelk’ en privéverbruik);
  • periode en aantal uitgeschaarde dieren naar natuurterreinen.

Berekeningen
Er moet berekend worden of voldaan is aan:

  • de gebruiksnormen;
  • de verantwoordingsplicht (grondloze bedrijven);
  • de mestverwerkingsverplichting;
  • de eis dat er voldoende productierechten (melkvee, pluimvee en varkens) aanwezig zijn.


Opgave aanvullende gegevens
De aanvullende gegevens over het jaar 2025 moeten vóór 1 februari 2026 worden doorgegeven aan RVO. Dit geldt in principe voor alle landbouwbedrijven. Het gaat daarbij om de meststoffenvoorraad per 31 december 2025 en de aanvoer van kunstmest in 2025. Wanneer u een uitnodiging van RVO ontvangt om een opgave in te dienen, bent u verplicht deze tijdig in te sturen. Bij deze opgave moeten de volgende voorraden meststoffen worden doorgegeven:

  • dierlijke mest;
  • kunstmest;
  • mineralenconcentraat;
  • spuiwater van luchtwassers dat op het eigen bedrijf als meststof wordt gebruikt of als meststof wordt verhandeld;
  • compost;
  • zuiveringsslib;
  • overige meststoffen of -mengsels.


Hoeveelheden fosfaat en stikstof in voorraad dierlijke meststoffen
De gehalten van de voorraden op het eigen bedrijf geproduceerde dierlijke meststoffen zijn meestal niet bekend. Er moet worden uitgegaan van de best beschikbare gegevens. In afnemende volgorde van belangrijkheid zijn dit:

  • analyseresultaten van de voorraad mest;
  • analyseresultaten van de afgevoerde mest in het afgelopen jaar of bij het ontbreken hiervan de analyseresultaten van het voorgaande jaar.

Alleen wanneer deze gegevens ontbreken of niet representatief zijn, mogen de forfaitaire gehalten worden gebruikt. Het is aan de landbouwer om op basis van goed onderbouwde gegevens aannemelijk te maken dat de genoemde analyseresultaten niet representatief zijn.

Natuurterreinen
Natuurterreinen die bij het landbouwbedrijf in gebruik zijn, tellen niet mee voor de plaatsingsruimte in het kader van de gebruiksnormen. Voor de berekening van de mestverwerkingsplicht tellen deze terreinen echter wél mee in de fosfaatruimte.

Binnen de gebruiksnormen is sprake van uitscharen wanneer dieren op natuurterreinen grazen. De uitgeschaarde dieren mogen in mindering worden gebracht op de gemiddelde veebezetting. Als er mest wordt aangewend op het natuurterrein, moet hiervoor een Vervoersbewijs Dierlijke Meststoffen (VDM) worden opgemaakt. Daarbij mag gerekend worden met forfaitaire gehalten. Op het VDM moet opmerkingscode 34 worden vermeld.

Mestverwerkingsplicht en afsluiten VVO’s
Bedrijven met een fosfaatoverschot moeten een deel daarvan laten verwerken. Het is raadzaam tijdig te controleren of aan deze verwerkingsplicht is voldaan. Tot uiterlijk 31 december bestaat de mogelijkheid om deze verplichting over te dragen aan of over te nemen van een ander bedrijf door het sluiten van een vervangende verwerkingsovereenkomst (VVO). Deze overeenkomst moet uiterlijk op 31 december 2025 zijn ingediend bij de RVO.

Regionale mestafzetovereenkomst
Een van de mogelijkheden om aan de mestverwer­kingsverplichting te voldoen, is om het gehele mest­overschot middels een of meer regionale mestafzet­overeenkomsten (RMO) af te voeren naar landbouwbedrijven in de regio (max. 20 km). Voorwaarden zijn dat het bedrijfsoverschot maximaal 25% van de mestproductie bedraagt en dat de mest rechtstreeks (zonder tussenopslag) op landbouwgrond wordt aangewend.

Als niet het gehele overschot is afgevoerd, maar een deel in voorraad wordt genomen, is een RMO geen geldige invulling van de mestverwerkingsverplichting. Voor de volledige verplichting moet dan alsnog een vervangende verwerkingsovereenkomst (VVO) worden afgesloten.

Gehalten afgevoerde mest
Bij het maken van de berekeningen vormen de gehalten van de afgevoerde mest een belangrijk aandachtspunt. Met name bij de afvoer van de dikke fractie na mestscheiding komen in de praktijk nogal eens hoge, niet realistische gehalten voor. Deze zijn voor RVO bij het ontbreken van een deugdelijke onderbouwing (het analyserapport is hiervoor ongeschikt) aanleiding de afvoer van de bijbehorende vrachten te schrappen. Het is verstandig hier rekening mee te houden.

Fosfaatverrekening
Wanneer in 2025 te veel fosfaat is aangewend, kan tot en met 31 december 2025 fosfaatverrekening worden aangevraagd. Er mag maximaal 20 kg fosfaat per hectare bouwland boven de norm zijn aangewend. De verrekening betekent dat deze extra hoeveelheid in het volgende jaar in mindering wordt gebracht op de fosfaatgebruiksnorm. De hoeveelheid fosfaat die al van 2024 naar 2025 is doorgeschoven, mag niet opnieuw worden doorgeschoven. De aanvraag moet via Mijn Dossier worden gedaan.

BEX
Melkveehouders die gebruikmaken van BEX moeten de definitieve uitdraai hiervan zo spoedig mogelijk na 31 januari van het daaropvolgende jaar in hun administratie opnemen. De daarin opgenomen invoergegevens over dieren, diervoeders, huisvesting en mest moeten overeenkomen met de invoergegevens van de KringloopWijzer, waarvan het resultaat over hetzelfde kalenderjaar beschikbaar wordt gesteld aan de afnemer(s) van de geproduceerde koemelk.

Telen rustgewas op zand- en lössgrond
Op landbouwgrond, gelegen op zand- en lössgrond, moet één keer per vier jaar, gerekend vanaf 1 januari 2023, een rustgewas als hoofdteelt worden geteeld. Dit moet dus uiterlijk in 2026 gebeuren. Tot de rustgewassen behoren onder meer grassen en granen. Ook mag een mengsel worden gezaaid dat voor minimaal twee derde uit een rustgewas bestaat.

Een niet-bemest vanggewas vóór 1 september ge­zaaid (na een korte of vroeg gerooide teelt) telt ook mee als invulling voor het rustgewas.

Bemestingsplan voor alle landbouwers
Alle landbouwbedrijven zijn verplicht vóór het begin van het groeiseizoen een bemestingsplan op te stellen. Dit moet volgend jaar vóór 15 maart 2026 gereed zijn. In het plan moeten de gewasrotatie op de landbouwgrond en het geplande gebruik van mest worden beschreven. Daarbij gaat het om dierlijke mest en andere meststoffen die stikstof en/of fosfaat bevatten.

Het plan bestaat in principe uit twee berekeningen:

  1. Een berekening van de geplande bemesting per perceel op basis van de gewasbehoefte;
  2. Een berekening waarmee gecontroleerd wordt of de geplande bemesting binnen de geldende gebruiksnormen past.


Het bemestingsplan is vormvrij, maar moet in ieder geval de eerste berekening bevatten. Voor de berekening van de geplande bemesting moeten in ieder geval de volgende onderdelen worden opgenomen: beginvoorraad, aanvoer, productie, afvoer en eindvoorraad.

Bemonstering fosfaattoestand percelen
Op gronden met een lagere fosfaattoestand is een hogere fosfaatgift toegestaan. Om hiervan gebruik te kunnen maken, moet er een grondmonster zijn, dat op 15 mei van het betreffende jaar niet ouder is dan vier jaar. De fosfaattoestand moet worden vermeld in de Gecombineerde opgave.

Actualisatie stikstofgebruiksnormen
In het concept van het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn is aangekondigd dat de stikstofgebruiksnormen per 1 januari 2026 zullen worden geactualiseerd (zie vorige nieuwsbrief). Medio oktober is een voorstel met de nieuwe normen gepubliceerd. In gebieden waar de waterkwaliteit onvoldoende is, worden de normen verlaagd. Met name op de zuidelijke zandgronden en de lössgronden dreigt een forse korting. Maar ook in bepaalde gebieden verspreid over heel Nederland, de zogenaamde aandachtsgebieden, zullen de normen lager worden. De NV-gebieden komen te vervallen. In de volgende nieuwsbrief zullen wij hier nader op ingaan.



Eindejaars- en nieuwjaarstips overig

Aanpassingen Maatlat Duurzame Veehouderij
Stallen die voldoen aan de eisen voor de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV), kunnen in aanmerking komen voor de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL).

De MDV bevat eisen op de volgende gebieden: am­moniak, dierenwelzijn, diergezondheid, energie, fijn­stof, bedrijf & omgeving en brandveiligheid. De eisen worden jaarlijks aangepast.

Het tijdstip waarop de investeringsverplichtingen zijn aangegaan, bepaalt aan welke MDV-eisen voldaan moet worden. Dit betekent dat voor lopende projecten, waarvoor reeds een ontwerpcertificaat is afgegeven, alleen investeringsverplichtingen die nog dit jaar worden aangegaan onder deze subsidieregelingen vallen.





Belangrijke data


31 december 2025
Uiterste datum indiening Vervangende verwerkings­overeenkomst (VVO) en driepartijenovereenkomst

31 december 2025
Uiterste datum aanmelding fosfaatverrekening

31 december 2025
Uiterste datum aanmelding extra organische mest bij fosfaattoestand hoog

31 januari 2026
Uiterste datum indienen opgave aanvullende gege­vens mest 2025 en mestboekhouding 2025 gereed

31 januari 2026
Uiterste datum melding bedrijfsoverdracht per 1 januari 2026



Met onze Agro-Nieuwsbrief willen wij u op de hoogte houden van de ontwikkelingen die mogelijk uw bedrijf raken. Wij hebben aan de samenstelling de grootst mogelijke zorg besteed.Wij aanvaarden echter geen aansprakelijkheid voor niet (meer) juiste informatie. Wilt u op basis van deze informatie actie ondernemen, dan is nader advies noodzakelijk. Voor een dergelijk advies kunt u een afspraak met ons maken. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enigerlei wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere wijze, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever.

Lees hier de hele nieuwsbrief: