
In deze nieuwsbrief leest u de belangrijkste actuele ontwikkelingen voor de agrarische sector. Zo vervalt dit jaar de verplichting tot een definitieve Gecombineerde opgave in het najaar, maar blijft het actualiseren van de bedrijfsgegevens verplicht. Ook wordt ingegaan op het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn, met nieuwe maatregelen rond stikstof- en fosforgebruik, en op het wetsvoorstel voor grondgebonden melkveehouderij en mestafzet. Daarnaast komen actuele rechtspraak, regels rond eco-activiteiten, subsidiemogelijkheden, bedrijfsoverdracht en fiscale regelingen aan bod. Tot slot vindt u praktische tips, controles en belangrijke data voor het najaar van 2025.
Actueel houden Gecombineerde opgave
Vanaf dit jaar hoeft er in het najaar geen definitieve Gecombineerde opgave meer ingediend te worden. Het is echter wel verplicht de bedrijfssituatie steeds actueel te houden, zoals wijzigingen in de percelen, de geteelde gewassen en de nateelten. Ook moeten niet-uitgevoerde of niet-geslaagde eco-activiteiten teruggetrokken worden. Dit moet gebeuren in Mijn Percelen en de Gecombineerde
opgave. Wanneer een wijziging wordt doorgegeven na een (fysieke)controle, kan dit een sanctie of korting tot gevolg hebben.
Melding overmacht
Wanneer het niet lukt om aan de GLB-voorwaarden te voldoen, kan het zinvol zijn om een melding overmacht te doen via mijn.rvo.nl. Bij een geslaagd beroep blijft het recht op uitbetaling behouden. Bij de melding moeten bewijzen gevoegd worden, zoals weergegevens, een doktersverklaring of een verklaring van de dierenarts. Vervolgens moet u zelf contact opnemen met RVO. Zij zal de bewijzen
beoordelen, waarbij ook gebruik kan worden gemaakt van externe gegevens, zoals weerdata of satellietbeelden.
Voortgang 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn
In de nieuwsbrief van mei 2025 hebben wij u geïnformeerd over het concept van het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn, dat op 1 januari 2026 moet ingaan. Nadien is het actieprogramma aangevuld en heeft het ter inzage gelegen. De reacties op het concept worden nu
verwerkt.
Voortzetting maatregelen
Met voortzetting van de maatregelen uit het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn en de derogatiebeschikking 2022-2025 resteren nog opgaven in de gebieden zand zuid en löss om het doel voor 50 mg/l in grondwater te halen. Voor oppervlaktewater zijn er verspreid over
Nederland nog gebieden waar de kwaliteit daarvan nog niet goed is als het gaat om nutriënten afkomstig van de landbouw. Daarom zet de minister van LVVN grotendeels de lijn van de maatregelen uit het 7e actieprogramma en de derogatiebeschikking 2022-2025 voort en vult
ze dat aan in die gebieden waar dat nodig is. Tegelijkertijd wil zij ook verlichting bieden in gebieden waar dat gezien de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit kan.
Aanpassing stikstofgebruiksnormen
Een belangrijke aanpassing is een actualisatie van de stikstofgebruiksnormen in de gebieden zand noord, zand midden, zand zuid en löss. Dit wordt als het meest perspectiefvol gezien om de
normen te halen en zal op korte termijn plaatsvinden. De hoogte van de nieuwe normen is afhankelijk van de opgave voor de grondwaterkwaliteit en het bemestingsadvies. Dit kan betekenen dat in sommige gebieden voor bepaalde gewassen de norm moet worden
aangescherpt en dat in andere gebieden, waar de norm 50 mg/l nitraat ruimschoots wordt gehaald, er ruimte is voor enige versoepeling van de totale stikstofgebruiksnorm, waarbij de 50 mg/l
nitraat in het uitspoelend grondwater niet wordt overschreden.
Aanwijzing aandachtsgebieden stikstof en fosfor
Om de gebiedsgerichte opgave voor de oppervlaktewaterkwaliteit het
hoofd te bieden, zullen aandachtsgebieden voor stikstof en fosfor aangewezen worden. In deze gebieden zullen maatregelen nodig zijn ter vermindering van de verontreiniging van stikstof en/of fosfor. In de komende maanden wordt dit voorbereid. De aanwijzing van de huidige
NV-gebieden kan daarmee per 1 januari 2026 vervallen. Nadat duidelijk is in welke gebieden nog een opgave resteert, zullen in deze gebieden maatregelen moeten worden genomen. Voor stikstof gaat dit via de hiervoor genoemde aanpassing van de stikstofgebruiksnormen. In aandachtsgebieden waarin fosfor het probleem is, wordt voorgesteld niet langer een korting op de
stikstofgebruiksnormen te hanteren, maar maatregelen te nemen die zich expliciet richten op vermindering van fosfor in het oppervlaktewater. Ook wordt een begroeide bufferstrook voorgesteld. Tot slot worden de duurzame bouwplannen vanuit het 7e actieprogramma voortgezet. In de verplichtingen over duurzame bouwplannen wordt een aantal aanpassingen gedaan in de
maatregelen voor rustgewassen, vanggewassen en wintergewassen. Hierdoor worden de bouwplanmaatregelen effectiever, eenduidiger en praktisch uitvoerbaar. Verder zal er een veldonderzoek worden verricht naar het effect van het aanhouden van bufferstroken voor de
waterkwaliteit, dat naar verwachting drie tot vier jaar in beslag neemt.
Doelsturing voor grondwaterkwaliteit
Een belangrijke pijler van het 8e actieprogramma bestaat uit het ingroeipad voor bedrijfsgerichte doelsturing op grondwaterkwaliteit. Dit staat naast het generieke beleid en moet tenminste een vergelijkbaar effect op de waterkwaliteit hebben. Het is een eerste stap in een systeemomslag van middelvoorschriften naar doelvoorschriften voor nitraat in grondwater. De deelnemers aan de doelsturingssystematiek voor nitraat in het grondwater kunnen bij goede resultaten uitgezonderd
worden van enkele generieke voorschriften.
Wetsvoorstel grondgebondenheid en verantwoord mestafzet
Twee Kamerleden hebben het wetsvoorstel ‘Wet grondgebondenheid en verantwoorde mestafzet opgesteld dat met name als doel heeft dat de melkveehouderij in 2034 grondgebonden is. Een graslandnorm moet ervoor zorgen dat koeien naar buiten gaan en gevoerd kunnen worden met gras van eigen land en mest op korte afstand verantwoord afgezet kan worden.
Grondgebondenheid
Een melkveehouder moet in 2028 per grootvee-eenheid (GVE) over ten minste 0,20 ha grasland of
bouwland met andere rustgewassen dan gras beschikken, oplopend naar 0,35 ha in 2034. Daarbij telt alleen landbouwgrond mee die tot het bedrijf behoort of waarvoor de melkveehouder een
samenwerkingsovereenkomst heeft afgesloten met een ander landbouwbedrijf. In beide gevallen geldt daarbij een afstandseis van maximaal 25 kilometer.
GVE-berekening
Nieuw is dat de berekening van de GVE afhankelijk wordt van de melkproductie per koe, waardoor er minder stimulans is om te productie verder te verhogen. Een koe met een productie van minder dan 5.625 kg per jaar telt mee als 0,785 GVE. Dit loopt op naar 1,31 GVE bij een koe met een productie van meer van 12.624 kg per jaar. Jongvee ouder dan 1 jaar telt mee voor 0,53 GVE, jongvee jonger dan 1 jaar voor 0,23 GVE.
Mesttransporten
Volgens het wetsvoorstel zal het verboden worden dierlijke meststoffen te vervoeren over een
afstand die groter is dan 100 kilometer, tenzij de grens van een vervoersregio niet overschreden wordt. Er worden drie vervoersregio’s aangewezen: regio A (Groningen, Friesland en
Drenthe), regio B (Overijssel, Gelderland, Utrecht, Flevoland, Noord-Holland en Zuid-Holland, met uitzondering van de gemeente Goeree-Overflakkee) en regio C (Limburg, Noord-Brabant en Zeeland
en de gemeente Goeree-Overflakkee).
Maatschappelijke landbouwgebieden
De provincies krijgen de plicht maatschappelijke landbouwgebieden aan te wijzen. Dat zijn gebieden
waar verweving van functies, zoals landbouw, natuur, recreatie en waterbeheer, gewenst of zelfs
noodzakelijk is. Gedacht wordt aan 1/3 van het areaal van de melkveehouderij (500.000 ha), te
denken aan overgangszones rondom Natura 2000-gebieden, veenweidegebieden of zandgronden met een beperkte draagkracht. In deze gebieden kunnen boeren een hectarevergoeding ontvangen, mits de veebezetting niet meer dan 1,5 GVE per hectare bedraagt. Daarbij wordt aangesloten bij
GVE-normen uit het Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer (ANLb). Gedacht wordt aan een vergoeding van € 1.000 tot € 2.500 per hectare.
Consultatie wetsvoorstel
Het wetsvoorstel ligt tot en met 29 september 2025 ter consultatie. Iedereen kan gedurende deze periode een reactie op het voorstel geven.
Landbouwer accepteert algemene voorwaarden leverancier stilzwijgend
Een landbouwer had gedurende een periode van twee jaar de facturen van zijn voerleverancier met een totaalbedrag van bijna €143.000 niet betaald. De leverancier legde daarom conservatoir beslag op bepaalde vermogensbestanddelen en vorderde betaling bij de rechtbank. De landbouwer stelde dat hij een tegenvordering had en beriep zich op verrekening. Door verkeerde voeradviezen had hij te maken met gezondheidsproblemen bij zijn koeien. De rechtbank wees de vorderingen van de voerleverancier grotendeels toe en die van de landbouwer af. De landbouwer stelde hiertegen zonder succes hoger beroep in bij het hof.
De voerleverancier bestreed verkeerde voeradviezen te hebben gegeven, maar beriep zich in eerste
instantie op haar algemene voorwaarden. Daarin stond onder meer dat een eventueel recht op
schadevergoeding na verloop van bepaalde tijd verviel en dat er geen mogelijkheid van verrekening
was.
Volgens het hof waren deze algemene voorwaarden van toepassing, omdat de landbouwer deze
stilzwijgend had aanvaard. Ze stonden al jaren op de facturen en ook op de website van de
voerleverancier. De landbouwer had nooit geprotesteerd tegen de algemene voorwaarden. Ondanks dat hij maar een klein bedrijf had, was hij aan te merken als een professionele ondernemer. De
voerleverancier had zich daarom terecht beroepen op de algemene voorwaarden.
De vordering van de landbouwer werd afgewezen, omdat hij volgens het vervalbeding in de algemene voorwaarden de schade binnen een jaar had moeten claimen. Dit had hij niet gedaan. Het hof kwam daarom niet meer toe aan de vraag of er een onjuist voeradvies was gegeven. De landbouwer diende de facturen nog wel te voldoen.
Beheer groene braak en bufferstroken met kruiden
Bij de eco-activiteiten groene braak en bufferstroken met kruiden mag er geen beweiding of oogst plaatsvinden. Maaien is wel toegestaan. Belangrijk verschil is dat volgens RVO het maaisel bij groene braak niet en bij bufferstroken met kruiden wel afgevoerd mag worden. Opmerkelijk is dat dit verschil niet gemaakt wordt in de wettekst.
Geen GLB-subsidie vanwege (gedeeltelijke) verhindering controle
De EU-regelgeving schrijft dwingend voor dat een steunaanvraag (GLB-subsidie) geheel moet worden afgewezen als een bedrijfscontrole wordt verhinderd. Dit geldt ook als er sprake is van een gedeeltelijke verhindering. Dit ondervond een fruitteler.
Bij een NVWA-controle bleek dat er gewasbeschermingsmiddelen waren gebruikt op zijn perenbomen. De fruitteler gaf te kennen dat hij vanwege ziekte inderdaad een bevriende teler twee keer zijn perenbomen op een klein deel van zijn areaal had laten bespuiten met gewasbeschermingsmiddelen. Omdat die bevriende teler dat niet bevoegd had gedaan, had de fruitteler de naam van die persoon niet gegeven. Dit had tot gevolg dat de NVWA-inspecteurs het gebruik van de vermoedelijk aangetroffen middelen niet konden vaststellen. Omdat de spuittechniek onbekend was gebleven, was ook onbekend of toegestane middelen volgens de voorschriften waren toegepast.
Hieruit concludeerde het College van Beroep voor het bedrijfsleven dat de fruitteler de uitvoering
van een volledige controle had verhinderd door niet alle gevraagde informatie te verstrekken aan de
inspecteurs. Dat betekende dat RVO de aangevraagde steun terecht had afgewezen.
Tip! Uiteraard kan het voorkomen dat de controle niet gelegen komt. Geef dit dan direct door aan
de controleur, maar verhinder de controle niet. Het is dan aan de controleur om te beslissen of de
controle op een later moment kan plaatsvinden.
CBb: perceel in Natura 2000-gebied telt mee voor gebruiksnormen mest
Een melkveehouder had meerdere boetes gekregen van RVO vanwege het niet-naleven van de
gebruiksnormen en de derogatievoorwaarden. Bij een bedrijfscontrole had de NVWA geconstateerd dat de melkveehouder een perceel grasland had meegenomen als gangbaar grasland, terwijl dit perceel in een Natura 2000-gebied lag en hierop het beheertype N12.02 ‘Kruiden en faunarijk grasland’ rustte. Hierdoor werd de gebruiksnorm dierlijke meststoffen overschreden, was het bemestingsplan niet naarnwaarheid ingevuld en werd niet voldaan aan de 80%-graslandeis.
In de hoger beroepszaak overwoog het College van Beroep voor het bedrijfsleven dat aan de hand van de feitelijke omstandigheden beoordeeld moet worden of sprake is van een zodanige inperking van de landbouwactiviteit dat geen sprake is van landbouwgrond, maar van natuurterrein.
Volgens het College had RVO onvoldoende aangetoond dat er sprake was van een aanmerkelijke
inperking van landbouwkundige activiteit dat het perceel niet als landbouwgrond kon worden
beschouwd. Uit de bij dit beheertype behorende beheeradviezen blijken geen beperkingen. Het zijn
slechts adviezen. Uit de pachtovereenkomst bleken geen beperkingen ten aanzien van het
landbouwkundig gebruik. Bovendien stelde de melkveehouder dat op het perceel dieren waren geweid en dat het was gemaaid. Naar het oordeel van het College had de melkveehouder dit perceel naar eigen keuze kunnen gebruiken door teeltplan en bemestingsplan op elkaar af te stemmen. Dat betekende dat het perceel aangemerkt moest worden als landbouwgrond en dat
voldaan werd aan de 80%-graslandeis.
Eco-activiteit groene braak terecht afgekeurd
Een landbouwer had met de Gecombineerde opgave voor het jaar 2023 betaling aangevraagd voor de eco-regeling, berekend volgens het tarief van de categorie goud (€ 200 per ha). Bij de betaling
hanteerde RVO echter het lagere tarief van de categorie brons (€ 60 per ha). Dat kwam doordat RVO
geen punten en waarde had toegekend voor de eco-activiteit groene braak – spontane opkomst
(gewascode 6794) op een perceel. Uit teledetectiebeelden, luchtfoto’s en satellietbeelden bleek
volgens haar dat het perceel niet voldeed aan de voorwaarden, omdat het niet voldoende bedekt was geweest met een gewas. De landbouwer stelde hiertegen zonder succes beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven,
Volgens de landbouwer had hij het perceel het hele jaar ongemoeid gelaten. De grassen en andere
kruiden waren al vroeg uitgebloeid. De door RVO gebruikte teledetectiebeelden lieten alleen een
groen, bloeiend gewas zien en geen uitgebloeide gewassen.
Het College oordeelde dat RVO het gebruikte beeldmateriaal mocht gebruiken voor een controle. Uit de beelden leidde zij af dat het perceel in de periode van 31 mei tot 31 augustus niet voor
minimaal 80% was bedekt met het aangegeven gewas. Er had wel een gewas gestaan, maar niet voldoende dekkend. Op luchtfoto’s en satellietbeelden was op grote stukken van het perceel een zanderige ondergrond waarneembaar dat de teledectectiebeelden bevestigde. Het betoog van de landbouwer slaagde daarom niet.
Het College merkte nog op dat voor zover de niet volledige bedekking het gevolg was geweest van de droge zomer, zoals op de zitting besproken, het op de weg van de landbouwer had gelegen een melding overmacht te doen bij RVO. Omdat hij dit niet had gedaan, kon RVO dit ook niet meenemen in de beoordeling.
Extra mestcontroles akkerbouwbedrijven
Door het goede voorjaarsweer is er dit jaar veel meer mest uitgereden op het land. Als landbouwer is het belangrijk om rekening te houden met de plaatsingsruimte op het bedrijf en om binnen de
gebruiksnormen te blijven. Daarom voert de NVWA extra controles uit op de plaatsingsruimte dierlijke mest bij akkerbouwbedrijven. De plaatsingsruimte stikstof uit dierlijke mest laat zien hoeveel stikstof uit dierlijke mest per hectare en per jaar mag worden gebruikt op landbouwgrond.
De aandacht bij de controles gaat uit naar bedrijven die op basis van analyse mogelijk nu al een overschrijding laten zien van de plaatsingsruimte dierlijke mest. De NVWA heeft deze analyse
uitgevoerd met de gegevens die de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) ontvangt van de bedrijven. Hierbij is gebruik gemaakt van de data van aan- en afgevoerde mest die in 2025 zijn
geregistreerd in het realtime Vervoersbewijs dierlijke mest (rVDM) en de aanwezige informatie over de percelen.
Is deelname aan het ANLb mogelijk?
Het areaal Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) bedroeg in 2024 105.000 hectare. Het
kabinet wil volgend jaar meer geld beschikbaar stellen voor deze regeling. Daarmee kunnen nieuwe en zwaardere beheercontracten worden afgesloten. Verder wordt een deel van het extra geld ingezet voor een indexering van de vergoedingen.
Deelnemen aan het ANLb?
Voor deelname aan het ANLb zijn vier stappen belangrijk.
Stap 1. Is het perceel begrensd?
De uitvoering van het ANLb ligt bij de zogenaamde agrarische collectieven. Het belangrijkste is dat
het perceel begrensd is, dat wil zeggen dat het op de kaart van het provinciaal natuurbeheerplan
staat. Is dit niet het geval, dan is deelname niet mogelijk.
Stap 2: Bekijk de beheerstrategie
In de beheerstrategie geeft het collectief aan hoe zij de natuurdoelen uit het provinciale
natuurbeheerplan wil realiseren. In welke leefgebieden zijn welke beheerpakketten beschikbaar en
onder welke voorwaarden?
Stap 3: Bekijk de pakketten en vergoedingen
In de beheerstrategie wordt aangegeven waar welke beheerpakketten mogelijk zijn. In elk
beheerpakket staat wat gedaan of juist gelaten moet worden en welke vergoeding daar tegenover
staat.
Stap 4: Aanmelden
De aanmelding moet plaatsvinden bij het agrarisch collectief in uw regio. Deze verzorgt vervolgens
de melding bij RVO en draagt zorg voor de uitbetaling. Wilt u of overweegt u in 2026 deel te nemen,
dan is het belangrijk om op korte termijn contact op te nemen met het agrarische collectief. De
collectieven zijn te vinden op de websites www.bij12.nl (gezamenlijke website van de provincies) en
www.boerennatuur.nl.
Let op!
• Is de waarde van de eco-activiteit gebaseerd op dezelfde kosten of omzetverlies als de
vergoeding van de ANLb-activiteit? Dan is er overlap in de berekende vergoeding. In dat geval wordt de activiteit uitbetaald via het ANLb. Bij de eco-regeling krijgt u dan niet de waarde van de
activiteit, maar wel de punten. Is er geen overlap in de berekende vergoeding? Dan is zowel vanuit
de eco-regeling als het ANLb een vergoeding mogelijk.
• De verplichtingen vanuit het afgesloten ANLb-pakket kunnen een dusdanige inperking van de
landbouwactiviteiten inhouden dat de grond niet meer meetelt voor de mestgebruiksnormen.
Laatste kans voor middeling in de inkomstenbelasting
De middelingsregeling in de inkomstenbelasting is een interessante regeling bij sterk wisselende
inkomens, wat in de landbouw veel voorkomt. De regeling houdt in dat het gemiddelde inkomen over drie opeenvolgende kalenderjaren wordt berekend en vervolgens de verschuldigde belasting opnieuw wordt berekend. Als het verschil met de oorspronkelijke heffing hoger is dan € 545, krijgt de belastingplichtige geld terug van de Belastingdienst.
Omdat er weinig gebruik werd gemaakt van de regeling, is deze afgeschaft. Het jaar 2024 is het
laatste jaar dat in een middeling kan worden betrokken. Een verzoek hiertoe moet worden ingediend binnen 36 maanden nadat alle aanslagen, voorheffingen of beschikking om geen aanslag op te leggen van de drie middelingsjaren vaststaan.
Risico-Inventarisatie en Evaluatie
In de vorige nieuwsbrief is een artikel gewijd aan de Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E). Ter verduidelijking is het belangrijk te vermelden dat bedrijven met minder dan 26 werknemers alleen vrijgesteld zijn van toetsing door een arbodienst of deskundige als gebruik wordt gemaakt van een branchegerichte RI&E.
Melding bedrijfsoverdracht bij RVO
Er zijn verschillende soorten van bedrijfsoverdrachten. De soort overdracht en of er productierechten overgedragen worden, bepalen welk(e) formulier(en) gebruikt moet(en) worden.
Wijziging eigendom of rechtsvorm
Wanneer het eigendom of de rechtsvorm van een bedrijf wijzigt, door bijvoorbeeld overdracht, samenvoeging of splitsing, moet dit doorgegeven worden aan de Kamer van Koophandel en RVO. Dit geldt ook als het bedrijf stopt. De wijziging moet aan RVO worden doorgegeven via het digitale formulier ‘Melding overdracht of beëindiging agrarisch bedrijf’.
Toe- of uittreding maten/vennoten
Wanneer een maat of vennoot in of uit een maatschap, vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap treedt, maar het huidige KvK-nummer niet wijzigt, hoeft er niets aan RVO doorgegeven te worden, tenzij er ook productierechten (fosfaat-, pluimvee- en varkensrechten) worden overgedragen.
Bedrijfsoverdracht bij productierechten
Wanneer er productierechten worden overgedragen, zijn er nog meer situaties die vanuit de Meststoffenwet als bedrijfsoverdracht worden gezien. Dit zijn ook situaties waarbij er niets verandert aan de registratie bij de Kamer van Koophandel. In dit geval moet altijd het digitale formulier ‘Kennisgeving bedrijfsoverdracht met productierechten’ worden ingevuld. Bij een wijziging van eigendom of rechtsvorm zal ook het formulier ‘Melding overdracht of beëindiging
agrarisch bedrijf’ ingevuld moeten worden. Dit is niet het geval, als er alleen een maat of vennoot in- of uit een maatschap, vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap treedt, maar het
KvK-nummer niet wijzigt.
Voorbeeld
Een zoon of dochter treedt toe tot de bestaande maatschap tussen vader en moeder. De maatschap exploiteert een varkensbedrijf. Het KvK-nummer en RVO-relatienummer wijzigen niet. Er hoeft geen
formulier ‘Melding overdracht of beëindiging agrarisch bedrijf’ te worden ingediend, maar wel een formulier ‘Kennisgeving bedrijfsoverdracht met productierechten’. Er zal echter niet worden
afgeroomd, omdat er sprake is van eerstegraads bloedverwant
Advies- en bedrijfsplanvouchers
De Subsidiemodule Agrarische Bedrijfsadvisering en Educatie (SABE) heeft als doel
landbouwondernemers te ondersteunen in de verduurzaming van hun bedrijfsvoering.
De regeling zal tussen 7 oktober en 18 november 2025 worden opengesteld voor advies- en
bedrijfsplanvouchers. Met een adviesvoucher kan een landbouwer een bedrijfsspecifiek bedrijfsadvies verkrijgen op één bepaald aandachtsgebied. Met een bedrijfsplanvoucher kan een geheel bedrijfsplan worden verkregen gericht op omschakeling naar duurzame landbouw. Het advies moet worden gegeven door een erkende bedrijfsadviseur.
De exacte voorwaarden voor dit jaar zijn nog niet bekendgemaakt. Vorig jaar bedroeg de waarde van een adviesvoucher € 1.500 en die van een bedrijfsplanvoucher €6.000. Er gold een eigen bijdrage van 20%. Verder is van belang dat aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst. De belangstelling is waarschijnlijk weer groot. Dit betekent dat een aanvraag direct ’s morgens op de eerste dag van openstelling van de regeling (7 oktober) gedaan
moet worden en dat niet gewacht kan worden tot later op die dag.
Lagere GLB-premies
Uit de voorlopige eerste resultaten van de ingediende Gecombineerde opgaven 2025 blijkt dat het
beschikbare budget van de eco-regeling ruim is overschreden met ongeveer € 70 miljoen. Op basis
hiervan verwacht de minister maximaal budget te moeten schuiven van de basisinkomenssteun naar de eco-regeling om de eco-vergoedingen zo veel mogelijk op peil te houden. Het tarief van de
basisinkomenssteun komt dan uit op € 158 per hectare (afgesproken bedrag in Nationaal Strategisch Plan voor 2027). Dat is het minimale bedrag waaraan de minister wil vasthouden. Voor de eco-regeling zouden de tarieven voor goud, zilver en brons maximaal 10% lager uitkomen dan de €200,€ 100 en € 60 die eerder waren voorzien. Dit zou het geval zijn als de definitieve aanvragen gelijk blijven. De budgetoverschrijding zal echter lager uitvallen door het terugtrekken/wegvallen van eco-activiteiten.
Eco-regeling 2025 en 2026
In 2026 worden geen nieuwe eco-activiteiten toegevoegd aan de eco-regeling. De punten en de waarde van de eco-activiteiten blijven gelijk, met uitzondering van de al eerder aangekondigde verlaging van de waarde van stikstofbindende gewassen. De waarde hiervan wordt verlaagd van € 1.995 naar € 415 per hectare in regio 1 en van € 2.308 naar € 585 in regio 2. Het gevolg hiervan is dat het nog lastiger is het uitbetalingsniveau goud te behalen.
Belangrijke data
1 oktober 2025
Uiterste datum inzaai vanggewas na maïs op zand- en lössgrond
(verplichte maatregel)
1 oktober 2025
Uiterste datum inzaai vanggewas op bouwland op zand- en lössgrond (stimuleringsmaatregel)
T/m 15 oktober 2025
Doorgeven wijzigingen bedrijfssituatie aanvraag GLB-subsidies
7 oktober t/m 18 november 2025
Aanvraagperiode advies- en bedrijfsplanvouchers
31 oktober 2025
Uiterste datum inzaai vanggewas voor alle biologisch geteelde maïs en voor op gangbare wijze geteelde suikermaïs, CCM, korrelmaïs en MKS
31 oktober 2025
Uiterste datum inzaai wintergraan als hoofdteelt na maïs op zand- en lössgrond
Met onze Agro-Nieuwsbrief willen wij u op de hoogte houden van de ontwikkelingen die mogelijk uw bedrijf raken. Wij hebben aan de samenstelling de grootst mogelijke zorg besteed. Wij aanvaarden echter geen aansprakelijkheid voor niet (meer) juiste informatie. Wilt u op basis van deze informatie actie ondernemen, dan is nader advies noodzakelijk. Voor een dergelijk advies kunt u een afspraak met ons maken. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enigerlei wijze, het zij elektronisch, mechanisch, door fotokopieen, opnamen of enige andere wijze, zonder schriftelijk toestemming van de uitgever.